Interviewen met je ogen

(2 november 2020) ‘Interviewen doe je met je oren’, was het strenge devies tijdens een training interviewtechnieken van de VVOJ. Ik stapte er op een zaterdag in november mee aan boord van het bootje van Chris Vogt. Chris is een bescheiden fenomeen in de stad Groningen. In zijn rubberboot vaart hij regelmatig door de Diepenring (grachten) en verzamelt het zwerfvuil dat in het water is beland.

Ik zou hem interviewen voor Genoeg, deze dwarslever pur sang. En meevaren natuurlijk. Aldus geschiedde. Chris startte de motor en we voeren over de A in de richting van het Hoofdstation. Ik stelde wat basale vragen om het ijs te breken. Hoe lang hij dit al deed. En waarom. Wat hij zoal aantrof…

Na nog geen tien minuten, begon het te dagen: Chris is geen prater. Ik hoorde mijn vragen hol en nietszeggend op honk terugkeren, en begon me ongemakkelijk te voelen. Want als interviewen met je oren niet gaat, wat moet je dan doen?

Het was een zachte herfstdag, niet te druk. Er was nog geen lockdown, maar de coronamaatregelen lieten zich zien. Met een schepnet aan een lange stok – peddel aan de andere kant – viste Chris het ene na het andere mondkapje uit het water. We begonnen ze te tellen: een, twee, drie… tien. Schuin tegenover het Hoofdstation en het Groninger Museum klommen we aan wal en plukten zwijgend plastic en blikjes uit het gras. Er kwamen mensen uit de woonboot pal voor de helling. Lachend boden ze koffie aan. Chris schudde zijn hoofd en keek stug naar de grond. Nee, bedankt.

We voeren terug de binnenstad in. De schemering viel in. Het werd stiller aan de wal. De verlichting van de bruggen weerspiegelde als een kralenketting in het water. Het kostte me steeds meer moeite om het zwerfafval in het donkere water te onderscheiden, maar Chris ontging niets. Hij vaart ’s nachts ook nog rustig door de Diepenring. Vastberaden schepte hij met blote handen het ene na het andere blikje uit het water; ze werden bijna als drenkelingen aan boord gebracht.

In het donker voeren we terug naar mijn opstapplaats achter het Scheepvaartmuseum. Ik stapte op de kant. Twee blowende pubers keken vanaf een bankje apathisch toe hoe Chris zes volle vuilniszakken netjes op elkaar stapelde in zijn bootje. Een flinke autoband er bovenop.

‘Zal ik een paar zakken meenemen?’ vroeg ik. ‘Beslist niet’, antwoordde Chris. Hij stapte op de steiger. We praatten nog even na en namen afscheid. Ik maakte een foto van hem in het avondlicht: Chris met buit. Hij voer weg met zijn bootje. Ik opende mijn fietsslot en reed naar huis.

Het artikel over Chris Vogt staat in het lentenummer van 2021 van Genoeg

Terug naar het overzicht